• Moeite met herkennen, omgaan en/ of uiten van gevoelens
  • Veel piekeren
  • Moeite met aangeven van grenzen (opkomen voor jezelf) of grenzeloos zijn
  • Onvrede in werk of relatie
  • Overbelast zijn/ burn outklachten
  • Niet lekker in je vel zitten of je lijf niet voelen
  • Gebrek aan eigenwaarde en zelfrespect
  • Lichamelijke klachten zonder medische oorzaak, bijvoorbeeld: hoofdpijn, nekpijn, rugpijn, moe, buikpijn
  • Overmatige behoefte aan controle
  • Bij niet verwerkte traumatische gebeurtenissen
  • Problemen bij intimiteit en nabijheid
  • Moeite hebben met het aangaan van contact
  • Ondersteuning bij rouwverwerking
  • Bij (grote) onrust
  • Omgaan met je ziekte